StartVoorpaginaGeld, zalig gekmakend geld Inloggen

Money, Money Money, it’s a rich man’s world.

Mijn zusje was even fan van Abba. Inmiddels had ik mij al langer verbonden met muzikale uitingen en teksten die beter pasten bij mijn woelige ziel in turbulente tijden. Dus sloot ik mij liefst alleen of met een goede vriend en onze inspratiebronnen op in mijn zolderkamertje beschenen door gekleurde lampen ontsnappend op spirituele zoektochten naar zuivere waarheid. Nee, geen drugs (dat kwam later), psychedelische muziek wees ons de weg.

We vonden elkaar snel in releverende buien en leerden de do not’s van onze ouderlijke huizen gebruiken als richtingaanwijzers naar ruimten vanwaaruit de waanzin van veel maatschappelijk aanvaardt tot zelfs hooggeprezen gedrag werd uitvergroot, uit door onszelf uitgeroepen naam van het doorbreken van heersende taboes.

Eén van die taboes ging over de waanzin van onze ‘vrije’ samenleving op weg naar de decadentie zoals mij aan het begin van die jaren werd onderwezen als begin van het einde van het eens zo prachtige Romeinse Rijk. Het ‘Imperium Romanum‘ dat zo ten grondslag ligt aan veel van onze culturele verworvenheden, bijvoorbeeld het recht, tot en met het huidige internationale recht aan toe. Aldus vond ik samen met mijn generatiegenoten een nieuw heilige schrift in multimediale vorm dat de door ons aanvaardde hogepriesters van de nieuwe tijd naar de hoogste hoogten in de muziekbusiness afschoten.

Het album ‘The dark Side of the Moon’ brak alle records en bleef lange tijd als best verkochte album domineren. Het is inmiddels ingehaald door ‘Thriller’ van Michael Jackson, de ongelukkige die als de ultieme slaaf van zijn succes aan de eenzaamheid bezweek. Hoe pregnanter kan je als belichaming van diezelfde waanzin een leven op deze wereld geleid hebben? Zoiets verzin je niet, zoiets wordt enkel uit alles wat ons mysterieus is gebaard.

Cartoon GotliebZoals dit Engelstalige artikel over ‘The Dark Side of the Moon’ verwoordt, stond het symbool voor meerdere thema’s die allen afzonderlijk ofwel grote mogelijkheden tot waanzin bieden, dan wel waanzin direct centraal stellen. Mijn favoriete bladzijde in tienerweekblad ‘Pep’ in voorafgaande jaren was niet voor niets getiteld ‘Waanzin, waanzuit’, en bevatte steevast (de meer kuise onderdelen van – de Pep moest met ouderlijke sponsoren rekening houden) werk van cartoonist (ook zo’n destijds nog wat verguist nieuw medium ambacht) Martin Gotlieb.

Gotlieb bereidde dus als het ware de weg voor mij voor op wat nog komen ging, en voorwaar en werkelijk onverwacht, het bleek in de decennia nog te komen nog veel verder te kunnen allemaal. Dat hoef ik jullie met een enkele verwijzing naar de elkaar verdringende actuele nieuwsthema’s niet nader te duiden.

Waar ik als eerste niet op voorbereid bleek, vanuit mijn tamelijk beschermde & verwarmde schulpje voorzien van dagelijkse warme maaltijd, overvloedige broodmaaltijden, goede algemene opleiding aan het toen hoog aangeschreven en met redelijke vrijheid omgeven regionale Rythovius College, dat was dat ik daarna voor mijn eigen inkomen moest gaan zorgen. Ja, mijn vader was rijk, en ik kon op zijn kosten een studie aanvangen, maar al te zeer aangeraakt door spirituele vrijheden in schril contrast met prestatiegerichte autoriteit, heb ik uiteindelijk bedankt. Experimenterend vond ik als schoolverlater een nieuwe vorm van schuldenvrije studiefinanciering bij de gemeenschap. De RWW stelde destijds veel minder benauwende eisen en gaf mij de ruimte in mijn eigen tempo te ondervinden wat ik wilde en kon.

Geld bleek dus ook voor mij een vrij harde kwestie.

Niet lang erna volgde een persoonlijke kennismaking met het meest indringende thema uit het boek der waanzin: mental illness.

En inmiddels, na drieëneenhalf decennia, temidden van onbeschrijflijke hoeveelheden hartverscheurend groeiend menselijk leed om mij heen, blijk ik  g o d z i j d a n k  naar voldoende evenwicht gegroeid te zijn om toch ook met zekere nuchterheid de groeiende puinhopen binnen onze cultuur enigzins te kunnen overzien. En kan ik niet anders dan mij geheel en al inzetten voor een transformatie naar beter. Ik weid hier niet verder uit over de volledige reikwijdte daarvan. Maar 1 ding staat mij duidelijk als een veelbelovend baken voor ogen: invoering van een basisinkomen. Een basisinkomen genoeg om sober van te leven in verbinding met de samenleving. De RWW uitkering die ik destijds genoot, bood mij het ‘basisinkomen’ waarlangs ik mijzelf mede uit mijn persoonlijke crisis kon opwerken. De toen ook al geldende sollicitatieplicht kostte mij slechts wekelijkse raadpleging vacaturekatern en inzending kopie standaard brief. De maandelijkse ontmoeting met de dienstdoende ambtenaar waren voor hem/haar een verlichting. Ik had mijn ‘shit together’ en kon hem/haar altijd vlot en zonder gedoe aan de juiste vinkjes helpen. Ook vatte ik een 4-jarige avondopleiding aan die een toen zeker uitzicht op een betaalde baan bood.

En nu verlang ik een soortgelijk basisinkomen voor mijn medemensen.Nee, ik verlang het niet, ik STA erop, en niet verbonden met voorwaarden, hoe licht ook, die ik dankzij toevallig goedpassende algemene ontwikkeling zonder al te grote hindering op mijn weg kon pareren.

  • Ik sta erop, want die docent die mij meenam in zijn enthousiasmerende boodschap van vooruitgang geïllustreerd met de verworvenheden die het Romeinse Rijk heeft voortgebracht, heeft mij ook van de waanzin gered.
  • Ik sta erop, want de universele verklaring van de rechten van de mens, voorkomend uit de goede werken van onze gezamenlijke voorouders, wil ik recht doen, als eerbetoon aan al die voorouders die zich twijfel, pijn, hoop en vreugde getroost hebben in de voorbereidingen.
  • Ik sta erop, want ik wil niet leven in een samenleving die mij en mijn medemensen machinaal naar de abyssale zones van de waanzin blijft trekken, ik wil WAANZUIT.

 

Opdat ieder mens een vloer van bestaanszekerheid onder zich vind om uit te kunnen reiken naar dat wat het leven de moeite waard maakt, zoals meesterlijk verpakt in het volgende werk.

Nawoord. Het werk ‘Nature Boy‘ werd in het na-oorlogse (voor de VS) optimistische jaar 1947 geschreven door Eden Ahbez wiens levensstijl de latere hippie-beweging zeer heeft geïnspireerd. Het is een eerbetoon aan Ahbez’s mentor Bill Pester, die hem eerder geïntroduceerd had in Natuurmens en Levenshervorming filosofie, door Ahbez gepraktiseerd. Hij bood dit deels autobiografische werk aan de manager van Nat King Cole aan. Capitol Records bracht de opname met Nat King Cole uit op single in het jaar erop, tijdens de ‘Petrillo ban’. De ‘Petrillo ban’ was het antwoord van de AFM op de de vakbonden onderdrukkende Thaft-Hartley Act. Maar Capitol Records was wanhopig en moest iets doen om financiëel te overleven. De single bereikte snel de hoogste regionen in de Billboard charts om daar een nieuw record in weken op nummer 1 te vestigen. Het werk is daarna door vele andere grootheden uitgevoerd, vaak in een eigen, unieke uitvoering. Hier een recent memorabel voorbeeld dat (evenals Cole) de kracht aan puurheid en innerlijke wijsheid van Ahbez recht doet middels louter percussie en zang.

{Naar dit artikel wordt ondermeer verwezen vanaf facebook, waar uw commentaar welkom en ruimte voor discussie is}

Creative Commons License
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.

Reacties zijn gesloten.

WordPress Login Beveiligd met Clef