StartOpinieBasisinkomen? Een sociaal vangnet voor het leven! Inloggen

Dit is het motto van de 8e internationale week van het basisinkomen. Deze week – de derde week van september – is acht jaar geleden dat door de Duitssprekende voorstanders van het OBi in het leven geroepen en is inmiddels door BIEN en UBIE (resp. “Basic Income Earth Network” en “Unconditional Basic Income Europe” geadopteerd.

Als je ziet hoeveel activiteiten er rond de week van het basisinkomen aan het basisinkomen zijn gewijd zou je denken dat het in Nederland inmiddels om de máánd van het basisinkomen gaat.

Meerdere debatten behandelen het basisinkomen. Steeds voor wat betreft de titel in iets andere bewoordingen, zoals: “Basisinkomen: Ja of Neen?” (FNV VakbondsCafé Rotterdam) of “Basisinkomen – Nee? Ja? En zo ja, onder welke voorwaarden?” (Politieke ledenraad Partij van de Arbeid).

Andere voorbeelden zijn te vinden op de kalender voor de 8e internationale week van het basisinkomen.

Maar pas op, hier zit een addertje onder het gras. Want wat verstaan de organisatoren onder een “basisinkomen”. De vlag “basisinkomen” dekt immers vele ladingen. Dit wordt duidelijk aan de hand van de volgende voorbeelden:

·         Zoekend naar “basisinkomen” op de website van het FNV kom ik deze vlag tegen bij “basisinkomen van toezichthouders en bestuurders van grote ondernemingen” in relatie tot het feit dat FNV Finance een beloning voor de topbestuurders van maximaal 20x het laagste loon in het bedrijf een mooi inkomen vindt. Het basisinkomen, zoals dat nu bekend is gemaakt, kunnen commissarissen aanvullen met extra inkomsten door extra taken uit te voeren, bijvoorbeeld door zitting te nemen in deelcommissies. Daarnaast hebben zij de mogelijkheid om gebruik te maken van “personeelskortingen”.  Er zijn commissarissen die grote zakelijke leningen hebben afgesloten tegen een heel laag rentepercentage.

·         Op de website van het Ministerie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt de vraag “Waar heb ik recht op als ik met pensioen ga?” als volgt beantwoord: Als u met pensioen gaat, krijgt u een basisinkomen volgens de Algemene ouderdomswet (AOW).

Sinds jaar en dag hanteren verschillende organisaties de term “basisinkomen” met verschillende betekenis.

De voorvechters van de experimenten die vanaf begin dit jaar zijn aangekondigd, hebben nog geen van alle duidelijk gemaakt wat zij onder een basisinkomen verstaan.

De Vereniging Basisinkomen is hierin wel duidelijk. Als zij over een basisinkomen spreekt, bedoelt zij een “Onvoorwaardelijk Basisinkomen” dat aan de volgende criteria voldoet: een basisinkomen is voor iedereen, het is  individueel, zonder verplichte tegenprestatie of toetsen (zoals op inkomsten, vermogen of samenstelling van huishouden) en hoog genoeg om – ook als je geen andere inkomstenbron hebt – te kunnen voorzien in je materiële en immateriële levensbehoeften.

Dit standpunt delen wij met BIEN en UBIE (resp. Basic Income Earth Network en Unconditional Basic Income Europe.

Om het begrip basisinkomen dat de Vereniging Basisinkomen hanteert en de betekenis die zij eraan hecht goed te kunnen onderscheiden van alle andere omschrijvingen en betekenissen, schrijf ik het liefst over een VOLWAARDIG BASISINKOMEN. Dit voorkomt onnodige discussies of het wel onvoorwaardelijk is (want dat is het niet, tenzij het wereldwijd is ingevoerd en iedereen even oud zou zijn.)

WAAROM EEN VOLWAARDIG BASISINKOMEN?

Simpel gezegd: om de sociale problemen van deze tijd te helpen oplossen.

Aan de ene kant toename van de sociale onrust, psychische problemen, een constante hoge werkloosheid, een verslechterende zorg, de zogenoemde fraude van uitkeringsgerechtigden, vandalisme, criminaliteit, de pan uitrijzende kosten van de (G)GGZ, het onbetaalbaar worden van het sociale zekerheidsysteem, de kosten die samen hangen met de vergrijzing en onveiligheid. Tegelijkertijd wordt door de regering op al deze gebieden de broekriem aangehaald.

Aan de andere kant houden we een systeem in stand waarin de bezittende klasse de hand boven het hoofd wordt gehouden door verschillende mogelijkheden voor belastingvermindering: hypotheekaftrek, postadres vestigingen van bedrijven en wordt aan de belastingontduiking door het onderbrengen van vermogen elders niets gedaan.

Dit zijn de sociale problemen van deze tijd.

Door het niet hebben van een baan – wat iedereen kan overkomen – maar zelfs werkend onder het minimumloon lijden mensen gebrek.

Medici weten allang dat slechte sociale en economische omstandigheden ziekte veroorzaken. Gebrek heeft een direct effect op onze hygiëne, de verzorging van onszelf, onze kleding, onze huizen.

Criminologen weten allang hoe criminaliteit en gebrek hand in hand gaan.

Sociologen dragen steeds meer cijfers aan waaruit blijkt dat grootte van de  inkomensverschillen in een land omgekeerd evenredig is met de heftigheid van de sociale problemen waar we mee te kampen hebben.

Het leven in slechte sociale en economische omstandigheden heeft de neiging zich in een neergaande spiraal te ontwikkelen. Ook voor wat betreft het volgen van onderwijs, wat dit alles nog eens versterkt.

In het volgende plaatje vind u een grafiek die aangeeft hoe bij toenemende inkomensongelijkheid ook de sociale- en gezondheidsproblemen die in de linkerkolom zijn opgesomd toenemen.

2009 Waarom gelijkheid

Inkomensongelijkheid is er ook in Nederland zoals uit de volgende grafiek[i] blijkt.

 2013-10-24 CBS - Parade van Pen van de inkomensverdeling 2012 met minimuminkomen

Het gemiddelde gestandaardiseerd besteedbaar inkomen in 2012 was € 24.500. Hieruit volgt dat 60% van de bevolking een lager inkomen heeft dan gemiddeld. Het minimumloon bedroeg in 2012 ongeveer  € 13.200 netto/jaar.

Degenen die onder het minimumloon zitten, lijden beslist meer gebrek, ook al zie je dat wellicht niet direct aan de buitenkant.

De verschillen in vermogen (= bezit) laten eenzelfde samenhang zien[ii].

2012 Vermogens Parade van Pern

WAT TE DOEN?

Een keur van experimenten (Mincome 1977, Namibië 2008, Iran 2009, London 2012, India 2010, Uganda 2012) met een onvoorwaardelijk basisinkomen wijst in dezelfde richting namelijk dat al deze problemen verminderen door een verkleining van die inkomens- en vermogensongelijkheid.

Door de onderste 10 % niet bezitters voorgoed tot kleine bezitters te maken door middel van het Volwaardig Basisinkomen, waar zij ook récht op hebben, zouden we niet alleen de kans op sociale zekerheid voor hen maar ook de maatschappelijke zekerheid voor ons allemaal kunnen vergroten.

Omdat de resultaten van deze experimenten niet erkend worden in Nederland (en waarschijnlijk ook niet in de rest van de westerse welvarende wereld) zullen er in ons land experimenten gedaan moeten worden. Bij een positief resultaat zouden we de omvang van het experiment uit kunnen breiden en zo langzamerhand heel Nederland bij het experiment betrekken en op die manier het Volwaardig Basisinkomen in Nederland realiseren. Mochten de resultaten teleurstellend zijn, dan zou een en ander aangepast moeten worden.

Wat is tegen een experiment met het Volwaardig Basisinkomen als allerlei door de regering aangebrachte veranderingen in het onderwijs, de zorg, het belastingstelsel, de infrastructuur (spoorwegen), wegenbouw, bouw en privatisering experimenten blijken te zijn, die voortdurend bijgesteld moeten worden, geen les voor de toekomst blijken in te houden en nauwelijks blijken te berusten op goed vooronderzoek, noch naderhand goed worden geëvalueerd? In mijn ogen niets.

Laten we dan ook beginnen met een experiment met een Volwaardig Basisinkomen als boven omschreven met een kleine gemeenschap, die goed te onderscheiden is ten opzichte van de omgeving. Geef iedere bewoner daarvan een basisinkomen gedurende een jaar of twee en vergelijk de ontwikkelingen in die gemeenschap met die in een vergelijkbare gemeenschap.

ILLUSTRATIE VAN HOE HET ER MET EEN VOLWAARDIG BASISINKOMEN UIT ZOU KUNNEN ZIEN

Als het gemiddeld gestandaardiseerd besteedbaar inkomen € 26.500, is zoals dit jaar wordt verwacht, kunnen we onder de lijn die dat loon aangeeft er ook een ter hoogte van het netto minimumloon per jaar €15.645 intekenen.

2015-08-18 CBS - Parade van Pen met BASISINKOMEN fundering

Iedereen een Volwaardig Basisinkomen van € 15.645,00 in 2015.

EEN TOEKOMSTPERSPECTIEF

Vanzelfsprekend kan de realisatie van het basisinkomen niet van vandaag op morgen plaatsvinden. Al was het alleen maar doordat er nog veel weerstand te overwinnen is.

Voor een stap voor stap realisatie zijn al verschillende scenario’s bedacht en opgesteld.

Een ervan zou het doen van een experiment kunnen zijn en uitbreiding ervan bij de gewenste resultaten.

Een andere mogelijkheid is het volgen van de stappen die Guy Standing – een van de oprichters van BIEN – heeft  voorgesteld:

  1. begin met een partieel basisinkomen zoals dat door het SCB en CBS niet veel maar toereikend wordt genoemd om iedereen eraan te laten wennen en te laten merken dat de meeste mensen hier niet genoeg aan hebben en op zoek gaan naar andere inkomsten. Op zoek naar mogelijkheden om hun situatie en die van hun kinderen te verbeteren.
  2. Verhoog het met een stabiliserend bedrag dat stijgt in tijden dat het slecht gaat en daalt wanneer het goed gaat, zodat het een stimulerend en stabiliserend effect zal hebben op de economie.
  3. Geef de mensen met een chronische ziekte, handicap of andere bijzondere lasten een passende toeslag

 

De bedragen zouden moeten worden bepaald door een onafhankelijke basisinkomen bestuur/comité, waarvan de samenstelling wisselt door een roulerend lidmaatschap van vijf jaar, zodat het niet kan worden gemanipuleerd door politici die campagnevoeren voor een herverkiezing.

De bedragen voor het basisinkomen en de andere toeslagen moeten komen uit soevereine kapitaalfondsen gekoppeld aan de geleidelijke afschaffing van het ongelooflijke aantal subsidies aan bedrijven en de rijken van vandaag.  De opbrengst daarvan moet worden gestort in een nationaal fonds waarin ook een deel van de winsten van de natuurlijke hulpbronnen of hightech winst of octrooien zou gaan. Deze fondsen zouden kunnen worden geïnvesteerd en de opbrengsten zouden kunnen worden gebruikt voor de financiering van regelmatige betalingen aan alle legale ingezetenen, als een recht.

Auteur: Adriaan Planken, voorzitter Vereniging Basisinkomen

Datum: 5 september 2015.

[i] De inkomensverdeling in Nederland kan in kaart worden gebracht door de parade van Pen (1971).

In een optocht van een uur lang komt de hele bevolking op volgorde van hoogte van hun inkomen voorbij. Personen met een gemiddeld inkomen krijgen daarbij de lengte van de doorsnee Nederlander: 1.74 meter.

De dwergen lopen voorop.

In de eerste halve minuut van de optocht die in 2012 gehouden wordt lijkt er niets te gebeuren. De personen die als eerste voorbij komen hebben een negatief inkomen en dus ook een negatieve lengte. Zij komen niet boven de grond uit. Dit betreft in het total 95.000 personen. Vaak gaat het om personen uit ondernemersgezinnen. Daarna volgen de dwergen: personen met een lagere inkomens, vaak van een uitkering.

Het gemiddelde inkomen passeert in de 37e minuut.

In 2012 was het gemiddelde inkomen € 24.500.

Hieruit volgt dat 60% van de bevolking een lager inkomen heeft dan gemiddeld.

Reuzen van meer dan 7,5 meter.

Aan het eind van de optocht neemt de lengte van de personen die voorbij komen snel toe.

Bijna 600.000 personen hebben een inkomen van meer dan € 50.000. Dit is ruim 3,5%  van de bevolking.

Zij komen in de laatste minuten van de optocht voorbij.

De topinkomens passeren in de laatste 15 seconden: dat zijn de echte giganten.

Met een inkomen van meer dan € 100.000 zijn zij ruim 7,4 meter lang.

(En dan hebben we het nog niet eens over de echte grootverdieners van € 600.000 en meer.)

[ii] 4.5.1 Parade van Pen, vermogensverdeling van huishoudens, 1 januari 2012*

Net als voor de inkomensverdeling (paragraaf 1.4) kan de parade van Pen ook opgesteld worden voor de vermogensverdeling. In een stoet van één uur trekken eerst dwergen met schulden en uiteindelijk zeer vermogende reuzen voorbij die de vermogensverdeling weerspiegelen. Het gemiddelde vermogen passeert in de 44ste minuut.

Voor het vermogen van huishoudens per 1 januari 2012 begint de parade de eerste 6 minuten onder de grond. Het gaat hier vooral om werknemershuishoudens met een eigen woning waarvan de hypotheek hoger is dan de waarde van de woning. Tevens omvat deze groep betrekkelijk veel zelfstandigen met een negatief vermogen.

De volgende 10 minuten komen enkel dwergen voorbij. Deze groep huishoudens heeft een vermogen van minder dan 2 duizend euro en bestaat relatief vaak uit huishoudens met een uitkering. Ook zitten er veel alleenstaanden en eenoudergezinnen bij.

Na een half uur, precies op de helft van de stoet, komt een huishouden voorbij met een vermogen van 27 duizend euro.

Het huishouden met het gemiddelde vermogen van 157,5 duizend euro passeert pas in de 44e minuut.

In het volgende kwartier groeien de stoetgangers tot vijf keer de gemiddelde lengte.

Twee derde van de hoofdkostwinners in deze groep is ouder dan 55 jaar. Ruim 90 procent heeft een eigen woning. In een toenemend aantal gevallen is deze zonder hypotheekschuld of is er sprake van een fikse overwaarde.

Echte reuzen met een vermogen van 2,5 miljoen of meer

In de voorlaatste minuut passeren de eerste reuzen met een gemiddeld vermogen van bijna één miljoen.

De laatste minuut is weggelegd voor de echte reuzen. Zij hebben een gemiddeld vermogen van meer dan 2,5 miljoen euro. In deze groep zijn ruim vier op de tien zelfstandige, terwijl een op de drie gepensioneerd is. Het vermogen van de grootste reuzen bestaat voor ruim driekwart uit aandelen en obligatiebezit en onroerend goed, zoals een tweede woning of winkelpanden.

Voor de crisis, in 2008, bezat de top 1 procent ruim een vijfde van het vermogen, in 2013 was het opgelopen tot ruim een kwart. De ongelijkheid is tijdens de crisis dus gegroeid. De Utrechtse hoogleraar Bas van Bavel noemt de nieuwe cijfers ‘tamelijk schokkend’. Van Bavel deed vorig jaar onderzoek voor een rapport over ongelijkheid van de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Hij wijst erop dat het aandeel van de topvermogens op het hoogste punt van de afgelopen decennia is beland. Tegelijk zijn er 1,1 miljoen huishoudens met meer schulden dan bezittingen, een derde meer. De grootste groep huishoudens, bijna een kwart, had een vermogen van nul tot vijfduizend euro.

De top 0,1 procent zag als enige groep het vermogen ook in euro’s stijgen. De allerrijkste 7.500 huishoudens hebben 10,4 procent van het totale vermogen van 1.060 miljard euro, ofwel 14,7 miljoen euro per huishouden. Een jaar eerder was hun aandeel 9,2 procent.

(En dan hebben we het nog niet eens over de vermogens boven de € 2.500.000.)

Reacties zijn gesloten.

WordPress Login Beveiligd met Clef